Dreigt uw vennootschapsvermogen beklemd te raken?

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Met vennootschapsvermogen bedoelen we in de context van dit artikel de belaste reserves op het passief van uw vennootschap die voor uitkering vatbaar zijn. We verwijzen daarenboven ook naar het kapitaal en naar de beschikbare inbreng buiten kapitaal.

Een ver verleden

Tal van ondernemers hebben de gewoonte om een pensioenspaarpotje aan te leggen onder de vorm van niet uitgekeerde vennootschapswinsten. Die winsten komen dan terecht op een reserverekening op de balans van de vennootschap. Aan het begin van zijn of haar oude dag, bekwam de ondernemer deze reserves belastingvrij mits de vennootschap werd geliquideerd. Althans, zo was het in een ver verleden.

De fiscus liet al gauw haar interesse in dat pensioenpotje blijken. Zij zou een roerende voorheffing laten invoeren van aanvankelijk 10 procent ten belope van de uitgekeerde reserves. Een heel aantal regeringen later liep die 10 procent op naar 15 en zelfs 30 procent! Een zuur appeltje voor de dorst.

Vadertje Staat

Nog niet zo lang geleden, besefte de politiek dat een tariefverhoging van 0% naar 30% zelfs de meest loyaal belastingbetalende ondernemer de gordijnen injaagt. Ondernemen wordt niet meer gestimuleerd, de belangrijkste risicovergoeding gaat immers onder vorm van een dure roerende voorheffing naar Vadertje Staat. Vandaar dat de wetgever fenomenen zoals de “liquidatiereserve” in het leven riep. Ondernemers kunnen sinds meer dan vijf jaren reserves aanleggen die – onder voorwaarden – uitgekeerd kunnen worden aan een belastingdruk van minder dan 15 procent, in geval van liquidatie zelfs 10 procent!

Twee keer nadenken

Gejuich alom? Helaas! Een BV – wellicht de meest voorkomende vennootschapsvorm voor KMO’s – kan maar veilig winsten uitkeren als haar solvabiliteit hierdoor niet in het gedrang komt. Daarenboven mag de winstuitkering nabije kredietaflossingen, schulddelgingen en dergelijke meer, niet dwarsbomen. Als bestuurder van een BV denk je dus best twee keer na alvorens je voorstelt om winsten uit te keren, onder welke vorm dan ook.

Beschikt de vennootschap over “dure” reserves (dit zijn doorgaans reserves die onderhevig zijn aan het hoogste tarief roerende voorheffing, namelijk 30 procent) en is een kapitaalvermindering aan de orde? Bedenk dan dat de fiscus er van uit gaat dat deze kapitaalvermindering steeds gepaard gaat met een uitkering van die dure reserves. Ondanks de tekst in de notariële akte en ondanks de boekhoudkundige verwerking, zal zulke kapitaalvermindering bestaan uit een reële vermindering van het kapitaal (doorgaans belastingvrij) én proportioneel uit een fictieve dividenduitkering die de Staat 30% aan roerende voorheffing oplevert.

Tot slot

Tot slot vermelden we dat winstuitkeringen in combinatie met ontvangen corona-steunmaatregelen not done zijn. Ook hier opletten dus!

Stof tot nadenken, zeker in actuele tijden van goedkeuring van jaarrapporten en winstbestemmingen.